Bodemkwaliteit
De bodemkwaliteit dient bij ruimtelijke procedures te worden getoetst zodat in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een zorgvuldige besluitvorming plaatsvindt, waarbij zorggedragen wordt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Waarop worden plannen beoordeeld?
Voor de gemeente is een bodemkwaliteitskaart opgesteld en deze geeft een indicatie van de bodemkwaliteit op onverdachte locaties waar de kaart op voorziet.
Als de gemiddelde bodemkwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse van de bodemkwaliteitskaart wordt voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Om te beoordelen of de bodemkwaliteitskaart mag worden gebruikt zal aangetoond moeten worden dat sprake is van een onverdachte locatie.
Bodemgevoelig gebouw
Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.
Bodemgevoelige locatie
Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
Wat zijn de minimale eisen voor een goede ruimtelijke onderbouwing?
Bij het realiseren van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet getoetst worden of de bodemkwaliteit voldoet aan de waarde toelaatbare kwaliteit bodem (wtkb). Hierbij moet niet alleen naar het bouwblok gekeken worden maar ook naar het aaneengesloten terrein direct grenzend aan het bodemgevoelig gebouw waar blootstelling zich redelijkerwijs kan voordoen. Deze bodemtoets maakt onderdeel uit van de omgevingsplanactiviteit bouwen.
Welke onderzoeken zijn vereist voor de realisatie van plannen?
Bij het realiseren van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie laat de initiatiefnemer een vooronderzoek NEN5725 uitvoeren om te bepalen of de bodemkwaliteitskaart een voldoende uitspraak doet over de bodemkwaliteit en geen sprake is van een (vermoedelijk) overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit bodem (wtkb). Is dit het geval is geen verder onderzoek meer nodig. Zo niet, dient altijd een verkennend bodemonderzoek (en eventueel nader bodemonderzoek) te worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit te bepalen en afhankelijk van de resultaten sanerende maatregelen te treffen.
Als geen bodemgevoelig gebouw wordt gerealiseerd, maar sprake is van een wijziging van functie en of gebruik (nieuwe situatie), kan de initiatiefnemer een vooronderzoek NEN5725 uitvoeren om na te gaan of de bodemkwaliteitskaart een voldoende betrouwbare uitspraak doet over de bodemkwaliteit en geen sprake is van onaanvaardbare risico’s of bodemverontreiniging die ongewenst is voor het beoogde gebruik. Bij onaanvaardbare risico’s moeten altijd sanerende maatregelen getroffen worden.
Bij nieuwe situaties waar sprake is van een gevoelige functie en of gebruik en geen bodemgevoelig gebouw wordt gerealiseerd, zoals bij transitie met tuin, speelplaatsen, moestuinen, openbaar toegankelijke tereinen, infra zonder verharding, dient naast de toets op onaanvaardbare risico’s ook gekeken te worden of de bodemkwaliteit niet leidt tot ongewenste situaties. Hierbij kunnen geen harde bodemkwaliteitseisen worden gesteld, maar zal in overleg met de initiatiefnemer bekeken worden of maatregelen zinvol zijn.
Samenvatting
Bij het realiseren van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie laat de initiatiefnemer een vooronderzoek NEN5725 uitvoeren om te bepalen of de bodemkwaliteitskaart een voldoende uitspraak doet over de bodemkwaliteit en geen sprake is van een (vermoedelijk) overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit bodem (wtkb).
Is dit het geval is geen verder onderzoek meer nodig. Zo niet, dient altijd een verkennend (chemisch-analytisch) bodem onderzoek te worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit te bepalen en afhankelijk van de resultaten sanerende maatregelen te treffen. Deze bodemtoets maakt onderdeel uit van de omgevingsplanactiviteit bouwen.
Als geen bodemgevoelig gebouw wordt gerealiseerd, maar sprake is van een wijziging van functie of gebruik (nieuwe situatie), mag de initiatiefnemer een vooronderzoek NEN5725 uitvoeren om na te gaan of de bodemkwaliteitskaart een voldoende betrouwbare uitspraak doet over de bodemkwaliteit en geen sprake is van onaanvaardbare risico’s of bodemverontreiniging die ongewenst is voor het beoogde gebruik. Bij onaanvaardbare risico’s moeten altijd sanerende maatregelen getroffen worden.
Bij gevoelige functies en een ongewenste bodemkwaliteit zal in overleg met de initiatiefnemer gekeken worden of maatregelen zinvol zijn.
Beleid van de gemeente
Wetten en landelijk beleid
Lees meer over de Inhoud Besluit kwaliteit leefomgeving op de site van het Informatiepunt Leefomgeving.
paragraaf 5.1.4.5.1 toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie (artikelen 5.89g t/m l).