Stedenbouw

Stedenbouw gaat over het plannen en vormgeven van gebouwen, straten en openbare ruimte.

Wat is stedenbouw?

Stedenbouw is het vakgebied dat zich bezighoudt met de inrichting van dorpen, steden, woon- en werkgebieden. Het gaat om hoe gebouwen, wegen, groen en water samen een leefbare omgeving vormen.

Doel

Het doel van stedenbouw is een veilige, aantrekkelijke en duurzame leefomgeving voor wonen, werken en recreatie.

Waarom belangrijk?

Stedenbouw geeft aan hoe we onze omgeving ervaren: of een gebied prettig, herkenbaar en toekomstbestendig is.

Wat hoort erbij?

  • Het maken van plannen voor uitbreiding van wijken of herontwikkeling van stadsdelen of gebouwen.
  • Het zorgen voor goede bereikbaarheid en parkeerplaatsen.
  • Het inpassen van groen, water en openbare ruimte.
  • Rekening houden met klimaat, cultuurhistorie en sociale veiligheid.
Wat is stedenbouwkundige kwaliteit?

Stedenbouwkundige kwaliteit gaat over hoe gebouwen en openbare ruimte samen een prettig en herkenbaar gebied vormen.

Het is de samenhang tussen gebouwen en (openbare) ruimte. Dit bepaalt hoe een gebied eruitziet, hoe het gebruikt wordt en hoe het voelt en hoe veilig het is.

Waarom is het belangrijk?

Goede kwaliteit zorgt voor herkenbaarheid, gebruiksgemak, beleving en toekomstwaarde van een gebied.

Wanneer heeft u te maken met stedenbouwkundige kwaliteit?

Wanneer u één of meerdere woningen wilt bouwen, wanneer u een gebouw ingrijpend gaat aanpassen zodat het niet past in omgevingsplan of een aanzienlijke wijziging is in de openbare ruimte.

Wat moet u doen bij plannen?

Heeft u bouwplannen of werkt u aan gebiedsontwikkeling? U kunt uw plan indienen via een vooroverleg. Er kan dan een gesprek met een stedenbouwkundige plaatsvinden.

Hoe beoordelen we Stedenbouwkundige kwaliteit?

De kwaliteit van een gebied hangt af van de context en van verschillende ruimtelijke, maatschappelijke, economische en sociale factoren.

Stap-voor-stap uitleg

1. Context is bepalend

De beoordeling is altijd gebiedsspecifiek. Wat goed werkt in het ene gebied, past niet altijd in het andere.

2. Belangrijke elementen

  • Maat en schaal van bebouwing
  • Afwisseling tussen bebouwd en groen
  • Herkenbare routes en grenzen
  • Cultuurhistorische waarden benutten
  • Voldoende en passend groen
  • Duurzaam materiaalgebruik
  • Bijdrage aan klimaatadaptatie
  • Juiste functie op juiste plaats

3. Waarom belangrijk?

Deze elementen bepalen de belevingswaarde en gebruikswaarde van een gebied. Ook het voorkomen van leegstand en verloedering is essentieel.

4. Samenhang met andere thema’s

Stedenbouwkundige kwaliteit raakt aan:

  • Cultureel erfgoed: behoud van waardevolle elementen (monumenten/archeologie)
  • Mobiliteit: goede bereikbaarheid, parkeren, routes
  • Wonen: een prettige leefomgeving
  • Duurzame verstedelijking: ruimte voor energietransitie, installaties, warmte pompen, zonnepanelen
  • Groen en landschap: behoud van groene omgeving, buurt groen
  • Economie: ruimte voor werk en bedrijvigheid
  • Sociaal domein: het gaat om de mensen die er wonen, werken, recreëren, ontmoeten, spelen, naar school gaan,…
Waar toetsen we op bij stedenbouw?

Bij bouwplannen kijken stedenbouwkundigen of een ontwerp een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is. In de meeste situaties is deze vast gelegd in het omgevingsplan, maar wanneer een plan hier niet in past in een omgevingsplan, toetst een stedenbouwkundige of het plan voldoet aan EFTAL.

Stap-voor-stap uitleg

1. Wat is ruimtelijke ordening?

Het gaat niet alleen om gebouwen neerzetten, maar om het ordenen van ruimtes: openbaar en privé, binnen en buiten.

2. Waarom belangrijk?

Zo zorgen we voor een leefbare, veilige en duurzame omgeving waarin functies elkaar versterken.

3. Waar letten we op bij plannen?

  • Maatvoering: Hoe groot is de ruimte en wat kan erin?
  • Ligging en omgeving: Past het plan bij de plek en haar waarde?
  • Privacy: Goede overgang tussen openbaar en privé, bescherming tegen inkijk en geluid.
  • Ontsluiting: Heldere verbindingen tussen woning, buitenruimte en openbare ruimte.
  • Bezonning: Voorkom ongewenste schaduw voor buren.
  • Beleving: Samenhang in bebouwing, ruimte voor groen, sociale veiligheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie.

4. Wat bepaalt de kwaliteit van een gebied?

Een gebied is van kwaliteit als het functioneel en ruimtelijk klopt én prettig voelt voor bewoners en bezoekers.

5. Op grotere schaal

  • Structuur: Samenhang en oriëntatie in het gebied.
  • Identiteit: Herkenbaar en eigen karakter van een plek.
  • Betekenis: De beleving en waarde die een plek oproept.
  • Sociale veiligheid: Duidelijke routes, zichtbaarheid, verlichting en menselijke schaal.

6. Waarom toetsen we hierop?

Zo zorgen we voor veilige, aantrekkelijke en duurzame woon-, werk- en leefgebieden.

Waarop worden plannen beoordeeld?

Wat is ETFAL?

ETFAL staat voor Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties.

Dit betekent dat functies (zoals wonen, werken, groen) op een logische en evenwichtige manier over locaties worden verdeeld.

Praktijkvoorbeelden van ETFAL

Zo passen we evenwichtige toedeling van functies aan locaties toe in de praktijk:

1. Wonen en werken combineren

In een stadsdeel zijn soms woningen boven kleinschalige werkruimtes of huisgebonden beroepen en bedrijvenZo ontstaat levendigheid en korte reistijd.

2. Groen in stedelijke verdichting

Bij hoogbouwprojecten reserveren we ruimte voor groene binnentuinen en daktuinen. Dit zorgt voor klimaatadaptatie en een prettige leefomgeving. Bij kleinschalige woningbouw kijken we naar waterdoorlatende halfverharde parkeerplaatsen en ruimte voor tuinen.

3. Mobiliteit en bereikbaarheid

Woningen worden gekoppeld aan openbaar vervoer en fietsroutes. Zo beperken we autoverkeer en verbeteren de luchtkwaliteit. Bij functiewijzigingen wordt gekeken naar de parkeernorm om de parkeerdrukte op straat te voorkomen.

4. Cultureel erfgoed benutten

Oude gebouwen zoals scholen krijgen een nieuwe functie als creatieve werkplekken of woningen. Zo behouden we identiteit én voegen we waarde toe.

5. Energie en duurzaamheid

Bij ontwikkeling plannen we ruimte voor oa installaties zoals zonnepanelen en warmtepompen, zodat deze voorzieningen zo min mogelijk ten koste gaat van groen of woonkwaliteit. Stedenbouw vraagt om installaties, die nodig zijn voor duurzaamheid en regelgeving, zo veel mogelijk uit het zicht van de openbare ruimte te houden. Daarnaast vraagt stedenbouw om (wettelijke) afstand te houden tot de buren, om rekening te houden met mogelijke geluidsoverlast van de installaties.

Wat zijn de minimale eisen voor een plan dat stedenbouwkundig beoordeeld moet worden?

Een goede ruimtelijke motivering laat zien dat uw plan past in de omgeving en voldoet aan de kwaliteitseisen.

Stap-voor-stap uitleg

1. Overzicht van het plan

Voeg een plattegrond, gevelaanzichten, 3D-beelden en foto’s toe, inclusief afmetingen. Bij voorkeur ook de bestaande situatie toevoegen, zodat we kunnen vergelijken.

2. Inpassing in de omgeving

Beschrijf hoe uw plan ruimtelijk en visueel in de omgeving past. Denk aan kwaliteit, schaal en samenhang.

3. Visie op ruimtelijke kwaliteit (bij grotere plannen)

Baseer uw visie op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit:

  • Het landschap als basis
  • Lange lijnen voor herkenbaarheid
  • Kleine plannen, groot effect
  • Een duurzame gemeente

4. Visie op ruimtelijke kwaliteit (kleinere plannen)

Hier beschrijft u hoe uw plan eruitziet en hoe het past in de directe omgeving. Denk aan:

  • Ruimtelijke inpassing: Sluit het ontwerp aan bij de bestaande bebouwing en openbare ruimte?
  • Verschijningsvorm: Hoe ziet het gebouw eruit? Past het qua hoogte, positionering kleur en materiaal bij de buurt?
    Het doel is dat uw plan niet alleen functioneel is, maar ook prettig oogt en goed aansluit bij wat er al is.

5. Geen belemmeringen

Toon aan dat er geen problemen zijn met uitzicht, licht, schaduw of privacy voor omwonenden.

6. Stedenbouwkundige motivering

Leg keuzes in het plan uit. Gebruik modellenstudies, analyses en onderzoek. Kijk naar een schaal groter én kleiner dan het plangebied.

Welke onderzoeken zijn nodig voor uw plan?

Voor de realisatie van een bouw- of ontwikkelplan zijn vaak verschillende onderzoeken verplicht. Afhankelijk van de grootte van het plan kunnen er onderzoeken nodig zijn. Informeer tijdig bij Vergunningen.

Stap-voor-stap

1. Bodemonderzoek

Controleer of de bodem geschikt en veilig is om op te bouwen. Laat ook eventuele verontreinigingen en de aanwezigheid van kabels en leidingen in kaart brengen.

2. Archeologisch onderzoek

Onderzoek of er waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. In het omgevingsplan is per gebied vastgesteld wanneer er onderzoek nodig is.

3. Landschap en cultuurhistorie

Breng de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in kaart.

4. Geluidsonderzoek

Meet geluid van wegverkeer, spoorwegen en industrie. Of laat onderzoeken hoeveel geluid uw plan heeft op de omgeving.

5. Luchtkwaliteit

Onderzoek of de luchtkwaliteit voldoet aan de normen.

6. Behoefteonderzoek

Toon aan dat er behoefte is aan uw plan (bijvoorbeeld woningen of voorzieningen).

7. Trillingsonderzoek

Controleer trillingen door verkeer of industrie.

8. Geuronderzoek

Onderzoek geurhinder van bedrijven of installaties.

9. Externe veiligheid

Breng risico’s van gevaarlijke stoffen en installaties in beeld en/of toets of uw plan binnen risicozones ligt.

10. Parkeer- en verkeersonderzoek

Bereken verkeersstromen en parkeerbehoefte.

11. Ecologisch onderzoek

Bescherm natuur en soorten volgens wetgeving. Ecologisch onderzoek zijn onderzoeken die veel tijd in beslag nemen, kijk hier bij de start van een plan naar.

12. Milieubeoordeling of MER

Onderzoek de milieueffecten van uw plan.

13. Aansluiten op het elektriciteitsnetwerk

Netcongestie kan een mogelijke belemmering zijn voor de uitvoering. Vroegtijdig onderzoeken en aanvragen is noodzakelijk

14. Toetsing aan redelijke eisen van ruimtelijke kwaliteit door AOK

Ruimtelijke en architectonische plannen worden voorgelegd aan de Adviescommissie OmgevingsKwaliteit (AOK)

Wat is omgevingswaarde?

Omgevingswaarde is een maatstaf voor:

  1. de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving
  2. de toelaatbare belasting door activiteiten in de fysieke leefomgeving
  3. de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen in de fysieke leefomgeving

Een omgevingswaarde wordt uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of andere objectieve termen.

Dit volgt uit de begripsbepaling in de bijlage bij de Omgevingswet.

Omgevingsplan

Artikel 2.4, Omgevingswet bepaalt dat er voor het grondgebied van de gemeente één omgevingsplan is waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen.

Op elke locatie is het omgevingsplan van toepassing. Kijk in het Omgevingsloket bij ‘Regels op de kaart’ Daar kunt u nagaan welke bestemming en welke regels er gelden op uw perceel.

Naar website Regels op de kaart