Archeologie

De Erfgoedwet en de Omgevingswet beschermen archeologisch erfgoed. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat archeologische resten zo veel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Daarom kan de gemeente bij bouw- en andere ruimtelijke plannen voorwaarden stellen.

De gemeente Sittard-Geleen heeft een eigen archeologiebeleid opgesteld.

Op 13 september 2012 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen de “beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” vastgesteld. Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart.

Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 7 archeologische beleidscategorieën ontstaan. Categorie 1 kent de hoogste verwachtingswaarde en categorie 7 de laagste verwachtingswaarde. De archeologische beleidskaart geeft op basis van de verstoringsoppervlakte en de verstoringsdiepte aan of er een onderzoeksplicht geldt. Deze waarden zijn met een dubbelbestemming archeologie en bijbehorende regels opgenomen in het omgevingsplan. Dit kunt u zelf nagaan.

Waar toetsen we aan en waar ligt dat vast?

We toetsen aan het Omgevingsplan. In het omgevingsplan is aangegeven in hoeverre er met archeologisch erfgoed rekening gehouden moet worden.

Welke onderzoeken heeft u nodig?

Volg beslisboom hieronder en overleg bij een verplichting tot een onderzoek altijd eerst met de gemeente. In deze beslisboom gaan wij ervan uit dat uw plan in lijn is met de bestemming van het bestemmingsplan. Als dat niet het geval is, kan een ander schema van toepassing zijn. Neem in dat geval contact op met de gemeente.

Beslisboom (omgevingsplantoets)

  1. Is er een dubbelbestemming archeologie in het plangebied?
    1. A: Nee > u heeft geen verplichting tot archeologisch onderzoek.
    2. B: Ja    > controleer de vrijstellingsgrenzen.
  2. Is uw plan kleiner dan de vrijstellingsgrens?
    (houdt hierbij rekening met bodemverstoring voor hele plan, inclusief gebouw, bouwput, leidingen, infiltratie, parkeerplaatsen en groen)

    1. A: Ja > u heeft geen verplichting tot archeologisch onderzoek.
    2. B:  Nee
  3. Het plan is groter dan de vrijstellingsgrenzen. Kunt u het plan aanpassen zodat het onder de vrijstellingsgrenzen valt?
    1. A: Ja >  u heeft geen verplichting tot archeologisch onderzoek.
    2. B: Nee >  Er is een verplichting tot archeologisch onderzoek. Neem contact op met de gemeente. De gemeente zal een plantoets doen en met u overleggen welk archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden.
Onderzoeksplicht 

De onderzoeksplicht bestaat vaak in eerste instantie uit een bureauonderzoek met aanvullend een booronderzoek (handmatig) om te bepalen of er archeologische waarden in de bodem aanwezig kunnen zijn. Deze onderzoeken moeten voldoen aan de landelijke en aanvullende gemeentelijke eisen. Op basis van de resultaten van deze onderzoeken zullen eventueel maatregelen worden getroffen om mogelijke archeologische waarden veilig te stellen. Dit kan nog leiden tot planaanpassing, een archeologievriendelijke bouwwijze dan wel proefsleuvenonderzoek (al dan niet gevolgd door een opgraving). Proefsleuvenonderzoeken en/of opgravingen kunnen in sommige gevallen ook plaatsvinden als een archeologische begeleiding, waarbij civieltechnische graafwerkzaamheden onder (permanent) toezicht van een senior KNA archeoloog gebeuren.

Voor het uitvoeren van gravende onderzoeken (proefsleuven, opgraving en/of variant archeologische begeleiding) moet voorafgaand aan de werkzaamheden een Programma van Eisen worden opgesteld dat door de gemeente moet worden goedgekeurd.

De onderzoeksplicht omvat naar de voorbereiding en uitvoering van het veldwerk (inclusief mogelijke vervolgonderzoeken) ook de uitwerking van het onderzoek tot en met de door de gemeente goedgekeurde rapportage en deponering van vondsten en documentatie conform de vigerende versie van de KNA.[1]

Op basis van het gravend onderzoek wordt bepaald of verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De gemeente stelt hiervoor een selectiebesluit op. Als er geen vervolgonderzoek nodig is, wordt het plangebied vrijgegeven. Pas nadat het plangebied door de bevoegde overheid definitief is vrijgegeven, mogen de graaf- en/of bouwwerkzaamheden worden gestart.

Alle archeologische onderzoeken moeten uitgevoerd worden door een bedrijf of instelling dat over certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet beschikt. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, vigerende versie), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm.

Meldingsplicht
  • Bij een verstoringsdiepte groter dan 30 cm geldt in een aantal gevallen een meldingsplicht voor de aanvang van de civieltechnische werkzaamheden, ook als er geen archeologisch onderzoek verplicht werd gesteld. De aanvang van de werkzaamheden dient twee weken voor de werkstart aan de gemeentelijk archeoloog gemeld te worden (marion.aarts@sittard-geleen.nl).
  • Ook als er geen archeologisch onderzoek verplicht gesteld wordt, is de mogelijkheid aanwezig dat er archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. Er geldt te allen tijde een meldingsplicht van archeologische sporen en vondsten. Indien er sporen of vondsten worden aangetroffen waarvan vermoed wordt dat het om archeologische resten gaat, is het conform de Erfgoedwet (§ 5.4) verplicht om dit onmiddellijk te melden. Dit dient te gebeuren bij de gemeentelijk archeoloog én de gemeentelijk projectleider. Tegelijkertijd moeten de werkzaamheden ter plekke onmiddellijk gestaakt worden, totdat de gemeente toestemming geeft om deze werkzaamheden voort te zetten.

[1] De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) bestaat uit een aantal protocollen die ieder een deel van het archeologisch werk beschrijven. De KNA-protocollen bevatten de minimale inhoudelijke en ambachtelijke eisen die worden gesteld aan archeologische werkzaamheden van inventariserend onderzoek tot aan depotbeheer (het bewaren van archeologisch vondstmateriaal).